Religie, depressie en suïcidaliteit: 9 jaar follow-up
Eerder deden we onderzoek naar religie, depressie en suïcidaliteit, in relatief kleine samples en met een beperkte follow-up. Dat riep de vraag op in hoeverre de gevonden verbanden ook aan te tonen waren in grotere cohorten en over langere tijd.
De NESDA-data boden de mogelijk om dit te onderzoeken. Drie groepen werden onderscheiden: laag, gemiddeld en hoog religieus – op basis van religieuze/ levensbeschouwelijke affiliatie en religieus gedrag (bijwonen van samenkomsten en commitment). Deze groepen bleken over tijd niet van elkaar te verschillen in gerapporteerde depressieve klachten en suïcidaliteit.
De resultaten onderstrepen hoe belangrijk het is om religie multidimensioneel te meten, waarbij met name de affectieve dimensie van religie (in epidemiologische studies zelden gemeten) verband lijken te houden met depressie en suïcidaliteit.
Verder lijkt het erop dat in Europese epidemiologische studies minder vaak een verband gevonden wordt op populatieniveau dan in de VS of Canada. Secularisatie in West-Europa zou hiervoor een verklaring kunnen zijn – wat de noodzaak onderstreept om zelf kennis op te bouwen en niet blind te varen op resultaten die zijn verkregen in landen met een andere levensbeschouwelijke context.
Vrijmoeth, C., Blok, J., van den Brink, B., Schaap-Jonker, H., & Giltay, E. J. (2025). Religiousness, depressive problems and suicidal ideation: a 9-year follow-up clinical case-control study from the Netherlands.
Psychiatry research, 353, 116762.
Het artikel is hier via open access te lezen.