Uniek ESM-onderzoek van start

Bijna 10% van de Nederlanders denkt er ooit in zijn leven serieus over na om zijn leven te beëindigen. Daar zijn ook christenen bij. Toch blijkt uit onderzoek ook dat geloof in het algemeen suïcidaliteit vermindert. Er is alleen nog weinig bekend over hoe dit in zijn werk gaat. Kennis hierover kan van groot belang zijn voor een goede behandeling.

Deze maand zijn de eerste deelnemers begonnen aan het ESM-onderzoek dat Bart van den Brink, psychiater bij Eleos, en Matthias Jongkind, klinisch psycholoog bij Eleos, doen binnen het Kennisinstituut christelijke ggz. ESM staat voor Experience Sampling Method en is een unieke manier van onderzoek dat onderdeel uitmaakt van een reeks onderzoeken die binnen het Kicg gedaan worden naar de samenhang tussen religie, depressie en suïcidaliteit. Het ESM-onderzoek maakt inzichtelijk hoe suïcidaliteit over de tijd varieert en hoe dit wordt beïnvloed door religie, geloof en zingeving.

Deelnemers aan de ESM-studie, die in behandeling zijn voor depressie bij Eleos en de Hoop, vullen gedurende zes dagen op verschillende momenten van de dag een vragenlijst in. Via een app krijgen zij op een willekeurig moment een signaal, waarna ze in 2 minuten vragen invullen over hun bezigheden op dat moment, met wie ze dit doen, over hun stemming, of er sprake is van suïcidale gevoelens en over hun verhouding tot God op dat moment. Er wordt bijvoorbeeld concreet gevraagd of iemand op dat moment steun ervaart van God.

Bart van den Brink: “Het unieke van dit onderzoek zit in de manier waarop het uitgevoerd wordt. Nooit eerder is er naar dit thema – inclusief de invloed van geloof – op deze manier gekeken. Waar er voorheen als het ging om depressie, suïcidaliteit en geloof altijd één of slechts enkele factoren werden gemeten, zijn we in deze onderzoekslijn bezig met heel veel verschillende facetten. Door gedurende de dag op verschillende momenten dezelfde vragen te stellen, kunnen we een beeld opbouwen van hoe veranderingen in bijvoorbeeld activiteiten, gevolgen hebben voor stemming of hoe verandering in stemming van invloed is op gevoelens richting God of de mate van suïcidaliteit. Uit eerder onderzoek weten we al dát geloof en suïcidaliteit met elkaar samenhangen, maar nu willen we weten hóe deze samenhang eruitziet.”

Het ESM-onderzoek is een vervolg op eerder onderzoek naar depressie, geloof en suïcidaliteit bij het Kicg.  Deze manier van onderzoek zoomt als het ware in op details die van belang kunnen zijn bij de behandeling van depressie.

“Dit onderzoek is zo belangrijk omdat het gaat over de beïnvloeding van de factoren onderling. Als je meer weet van deze dynamiek, kan je ook betere interventies doen. Nu stelt de richtlijn bij depressie bijvoorbeeld simpelweg dat aangesloten zijn bij een kerk beschermend werkt bij suïcidaliteit. Maar waarom precies, is nog onduidelijk. De richtlijn zegt niets over wat we ermee kunnen. Uiteindelijk is het idee dat als je beter weet wat er gebeurt en hoe de dingen onderling samenhangen, je ook gerichter kunt behandelen. Bijvoorbeeld door via een gepersonifieerde app handreikingen te doen die beschermend werken en die de weerbaarheid van de cliënt vergroten.”

Het doel van dit ESM-onderzoek is daarom niet alleen meer theoretisch inzicht krijgen in genoemde processen, maar ook dat het op termijn een betere behandeling oplevert, waarin de geloofsfactor een expliciete rol heeft. De resultaten zouden ervoor kunnen zorgen dat er beter aangesloten kan worden bij existentieel herstel in de behandeling. Voor het zover is, moet er nog wel wat werk verzet worden.

In deze eerste fase van onderzoek doen 30 deelnemers mee. In de tweede helft van dit jaar zullen de resultaten van deze deelnemers binnen zijn. “We verwachten dan genoeg resultaten te hebben voor de eerste publicaties. Ook gaan we de resultaten gebruiken om het onderzoeksprotocol bij te werken voor een volgende fase van het onderzoek. We hebben op dat moment meer inzicht in de vraag of wat we willen onderzoeken ook daadwerkelijk te meten is, en of daarin nog aanpassingen gedaan moeten worden.”

Het vervolgonderzoek zal onder een grotere groep cliënten gedaan worden, en het idee is dit ook bij reguliere ggz-instellingen te doen. Dit is van belang omdat zingeving, religie en spiritualiteit ook een bredere invloed en invulling hebben. De vraag of spiritualiteit beschermend werkt, is voor iedereen relevant. Dit maakt het  ESM-onderzoek van belang voor een grote groep cliënten, gelovig en niet-gelovig.