Afgerond onderzoeksproject ‘Wat maakt geloof tot een beschermende factor bij suicidaliteit?’

In de afgelopen drie jaar heeft er vanuit het Kennisinstituut binnen Eleos een onderzoek naar suïcidaliteit en geloof onder depressieve patiënten plaatsgevonden. In dit bericht worden de resultaten kort verwoord. De resultaten zijn ter publicatie aangeboden aan een (Engelstalig) tijdschrift.

Dit onderzoeksproject heeft suïcidepreventie binnen Eleos verder op de kaart gezet; er is in de afgelopen paar jaar meer aandacht gekomen voor de diagnostiek, behandeling en preventie van suïcidaliteit binnen Eleos. Diverse behandelteams zijn getraind in suïcidepreventie en er is meer expertise binnen Eleos over complexe casuïstiek rondom suïcidaliteit.

Waarom dit onderzoeksproject?

Naast de wetenschappelijke vraag om meer te weten te komen hoe geloof en suïcidaliteit zich tot elkaar verhouden, is er binnen Eleos door middel van dit onderzoeksproject meer aandacht gekomen voor geloof als thema in de spreekkamer. Ook heeft suïcidepreventie binnen Eleos door dit onderzoeksproject meer aandacht gekregen.

Wat hebben we gedaan?

Er zijn 155 patiënten onderzocht op het gebied van de depressieve stoornis, ernst van de suïcidaliteit en de geloofsdimensies. Ruim de helft van de patiënten verbleef op afdeling De Bedding van ‘de fontein’. Een kleine minderheid was in zorg bij Ambulante behandeling (Dordrecht, Amersfoort of Zwolle).

Patiënten geven aan dat ze het prettig vinden dat er gedegen, professioneel onderzoek naar hun klachten wordt gedaan. Ze voelen zich serieus genomen en vinden het nagenoeg allemaal positief dat het geloof wordt betrokken omdat dit voor hen vaak zo’n belangrijk thema is in hun lijden en dat het op deze manier goed bespreekbaar wordt. Meerdere keren zijn er gerichte adviezen gegeven ten aanzien van het hanteren van de suïcidaliteit, bijvoorbeeld door het pastoraat in te schakelen of specifieke thema’s te bespreken in de behandeling, zoals boosheid richting God.

De kracht van het onderzoek was dat we het geloof uitgebreid hebben onderzocht, dat wil zeggen aan de hand van vijf verschillende dimensies: 1. Godsbeeld, 2. frequentie van de kerkgang/bidden, 3. mate van belangrijkheid van het geloof in iemands leven, 4. Sociale steun, en 5. Morele bezwaren tegen suïcide.

Wat zijn de resultaten?

  1. Evenals in eerdere studies die op dit gebied zijn uitgevoerd is er in ons onderzoek ontdekt dat sociale cohesie (zoals vaker naar de kerk gaan, positieve sociale steun) samenhangt met minder suïcidaliteit.
  2. Een belangrijke nieuwe bevinding is dat er bij de christelijke (voornamelijk reformatorische en gereformeerde) patiënten duidelijke verschillen waren in het godsbeeld en dat dat godsbeeld samenhing met de ernst van de suïcidaliteit. Deze verbanden bleven overeind nadat er statistisch gecontroleerd was op de ernst van depressie en demografische factoren zoals leeftijd en geslacht. Concreet laten de resultaten zien dat patiënten met een positief/steunend beeld van God minder suïcidaal zijn dan patiënten met een angstig/afstandelijk godsbeeld. Belangrijk om te vermelden is dat de patiënten met het positieve/steunende godsbeeld God ook zagen als heersend/straffend. Dit betekent dus dat juist de combinatie van heersend/straffend en positief/steunend beschermend is. Juist het beeld van God als afstandelijk/niet betrokken in combinatie met angst maakt het risicovol.
  3. Een andere belangrijke bevinding in dit onderzoek is dat de mate van de overtuiging dat God suïcide verbiedt (de zogenaamde morele bezwaren) sterk samenhangt met de ernst van suïcidaliteit en bovendien ook met suïcidaal gedrag in de voorgeschiedenis. Dit betekent concreet dat patiënten die veel morele bezwaren tegen suïcide hebben minder suïcidaal zijn en ook in het verleden minder suïcidaal zijn geweest. Opvallend hierbij is dat ook in een christelijke populatie er veel verschillen voorkomen in de mate van morele bezwaren tegen suïcide.

Wat betekent dit voor de klinische praktijk?

Bij christelijke patiënten die (mogelijk) wanhoop of uitzichtloosheid ervaren en/of die suïcidale gedachten hebben is het belangrijk om ook het geloof te betrekken. Het is te eenvoudig om er vanuit te gaan dat geloof altijd beschermend werkt ten aanzien van suïcidaliteit, hoewel het in het algemeen zo is dat geloof beschermend werkt voor suïcidaliteit. De resultaten uit ons onderzoek laten namelijk zien dat er onder christelijke (lees: reformatorische en gereformeerde) patiënten de nodige verschillen kunnen zijn in hoe er over suïcidaliteit wordt gedacht. Ook kan het beeld van God dat iemand heeft relevante informatie opleveren.

En hoe nu verder?

Dit onderzoek kan gezien worden als een eerste studie binnen een onderzoekslijn. De patiënten die deel hebben genomen hebben we gevraagd om na anderhalf jaar opnieuw deel te nemen aan een vervolgmeting. De resultaten hiervan zullen later gepresenteerd worden. Tevens zullen de data van het onderzoek nog nauwkeuriger geanalyseerd worden naar specifiekere verbanden waarbij er bijvoorbeeld rekening gehouden zal worden met de aard en de ernst van de depressieve stoornis en de specifieke kerkelijke achtergrond van patiënten.