Suïcidaliteit, geloof & kerk: wat kunt u doen?

In Nederland maken gemiddeld vijf mensen per dag een einde aan hun leven door zelfdoding. Het is dus niet verwonderlijk dat niet alleen suïcidaliteit en suïcide sterk in de publieke belangstelling staan, maar dat ook het voorkómen van suïcide hoog op de (politieke) agenda staat. Het verdient ook een plek op de kerkelijke agenda.

Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat geloof een beschermende factor is voor suïcidaliteit. In de Multidisciplinaire Richtlijn Suïcidaal Gedrag wordt dit eveneens gesteld. Maar waarom is dat zo? Wat maakt dat geloof een beschermende factor is? Heeft dat te maken met overtuigingen, met ervaringen van troost, met sociale steun, met specifiek gedrag?
Deze vragen waren aanleiding voor nader onderzoek vanuit het Kennisinstituut christelijke ggz bij depressieve patiënten die in behandeling waren bij Eleos. In een eerste studie zijn 155 patiënten onderzocht op het gebied van de depressieve stoornis, ernst van de suïcidaliteit en geloof. Hierbij is geloof uitgebreid onderzocht, aan de hand van vijf verschillende dimensies: 1. Godsbeeld, 2. Frequentie van de kerkgang/bidden, 3. Mate van belangrijkheid van het geloof in iemands leven, 4. Sociale steun, en 5. Morele bezwaren tegen suïcide.

Goede inbedding in de gemeenschap
Evenals in eerdere studies die op dit gebied zijn uitgevoerd, ontdekten we in ons onderzoek dat sociale binding (zoals vaker naar de kerk gaan, positieve sociale steun) samenhangt met minder suïcidaliteit. Voor de pastorale zorg vanuit de gemeente betekent dit dat het belangrijk is om oog te hebben voor een goede inbedding binnen de gemeenschap. Gerichte inzet van gemeenteleden, bijvoorbeeld vrijwilligers die op bezoek gaan of mensen ophalen voor kerkelijke activiteiten, kan hierbij behulpzaam zijn.

Godsbeeld
Een belangrijke nieuwe bevinding is dat er bij de christelijke patiënten duidelijke verschillen zijn in het godsbeeld en dat dit godsbeeld samenhangt met de ernst van de suïcidaliteit. De resultaten laten zien dat patiënten met een positief/steunend beeld van God minder suïcidaal zijn dan patiënten met een angstig/afstandelijk godsbeeld. Belangrijk om te vermelden is dat de patiënten met het positieve/steunende godsbeeld God ook zien als heersend/straffend. Dit betekent dus dat juist de combinatie van heersend/straffend en positief/steunend (God die als Koning regeert en leidt) beschermend is. Het beeld van God als afstandelijk/niet betrokken in combinatie met angst maakt het risicovol. Een ernstiger mate van suïcidaliteit (als iemand bijvoorbeeld concrete plannen gaat maken) gaat vaak samen met een groter isolement en is doorgaans gevaarlijker dan bijvoorbeeld een wens om niet langer te hoeven leven die meer latent aanwezig is. Wanneer het isolement ultiem wordt, en je je niet alleen door mensen maar ook door God verlaten voelt, is het godsbeeld dus zeker geen beschermende factor en lijkt de gevarenzone groter te worden.  Voor de pastorale begeleiding betekent dit dat de vraag wie God voor iemand is, essentieel is – en het antwoord vraagt om een deskundig vervolg.

Morele bezwaren
Een andere belangrijke bevinding in dit onderzoek is dat de mate van de overtuiging dat God suïcide verbiedt (de zogenaamde morele bezwaren) sterk samenhangt met de ernst van suïcidaliteit en bovendien ook met suïcidaal gedrag in de voorgeschiedenis. Patiënten die veel morele bezwaren tegen suïcide hebben zijn minder suïcidaal en zijn ook in het verleden minder suïcidaal geweest. Opvallend hierbij is dat christenen onderling zeer verschillen in de mate waarin ze morele bezwaren tegen suïcide hebben. Het is daarom van belang om dit als pastor deze morele kant te onderzoeken: hoe kijkt iemand tegen suïcide aan, is dat iets waar God ook heus wel begrip voor heeft, of iets wat geen optie is, omdat God het verboden heeft, of iets daar tussenin? Bedacht moet worden dat geen enkele beschermende factor garanties biedt, ook morele bezwaren tegen suïcide niet. Ook iemand met een sterke morele overtuiging tegen suïcide kan toch zover komen dat hij een suïcidepoging doet; wanneer de lijdensdruk te hoog wordt, kunnen morele bezwaren wegvallen.

Pastor en kerk kunnen iets doen
Het bovenstaande laat zien dat het te eenvoudig is om ervan uit te gaan dat geloof altijd beschermend werkt ten aanzien van suïcidaliteit, hoewel het in het algemeen wel zo is. Voor gemeenteleden die (mogelijk) wanhoop of uitzichtloosheid ervaren en/of die suïcidale gedachten hebben, kunnen een pastor en verdere kerkelijke omgeving veel betekenen: in contact blijven, tijdig doorverwijzen naar professionele hulpverlening, een (dreigende) crisis signaleren en opnieuw contact (laten) opnemen met de hulpverlener, en – last but not least – het gesprek voeren over God en geloof in relatie tot de problematiek.

Drs. Matthias Jongkind is als klinisch psycholoog werkzaam bij Eleos. Drs. Bart van den Brink is als psychiater verbonden aan Eleos, kliniek ‘de fontein’. Dr. Hanneke Schaap-Jonker is psycholoog en theoloog en werkt als rector van het Kennisinstituut christelijke ggz, onderdeel van Eleos en De Hoop ggz.