Onderzoek: Religiositeit als voorspeller

Jan Teerds is verslavingspsycholoog bij De Hoop ggz. Voor het Kennisinstituut christelijke ggz en in het kader van zijn opleiding tot klinisch psycholoog doet hij onderzoek naar religiositeit als voorspeller voor middelengebruik en welbevinden. In februari startte het verzamelen van data.

Jan Teerds: “Er is de laatste decennia veel onderzoek gedaan naar effectieve verslavingsbehandelingen. Behandelingen blijken wel effectief, maar de effecten zijn zeer bescheiden. Lang niet iedere cliënt heeft profijt van de behandeling.”

“Wim van den Brink en Gerard Schippers, vooraanstaande onderzoekers binnen het veld van de verslavingszorg, leggen de vinger bij een belangrijk punt. Een As I-classificatie – afhankelijkheid of misbruik van een middel (DSM-IV) – zegt niets over de oorzaken, het beloop, het stadium van het ziekteproces en evenmin over de persoonsgebonden kenmerken en het te verwachten effect van behandeling. Personen met dezelfde classificatie zijn, behalve de criteria, nauwelijks met elkaar te vergelijken.”

De genoemde onderzoekers doen een mooie voorzet voor een stagerings- en profileringsmethodiek die ervoor moet zorgen dat er meer rekening wordt gehouden met de individuele kenmerken van de cliënt, zodat de behandeling daarop beter kan worden afgestemd. Jan Teerds: “De lacune in dit model is wat mij betreft de afwezigheid van de dimensie religiositeit/spiritualiteit, terwijl er in de literatuur juist in het kader van verslavingsbehandeling veel aanwijzingen zijn voor het belang van deze dimensie. Het is niet duidelijk of religiositeit/spiritualiteit (R/S) inderdaad een voorspeller is voor minder middelenmisbruik en een beter welbevinden, als het wordt gecorrigeerd voor andere variabelen, zoals het gebruik, welbevinden en sociale desintegratie bij de intake. Dat is daarmee de focus van mijn onderzoek.”

“Door bij de intake vragen over R/S te stellen en daarmee de mate van R/S vast te stellen kan ik die als voorspeller voor middelengebruik en welbevinden meenemen in een longitudinaal onderzoek. Het onderzoek richt zich op de populatie cliënten die binnen onze verslavingsklinieken is opgenomen.”