Informele kerkelijke zorg

Afgeronde onderzoeken

  • W. Scholte: In hoeverre voorspellen persoonlijkheidsvariabelen en religieuze variabelen van verslaafde cliënten incidenten en drop-out in de behandeling?
  • L. Zandee: In hoeverre zijn motivatie, religiositeit en welbevinden voorspellers van therapieverstorend gedrag?
  • W. van Welie: Reli-ROM De Hoop: welke items kunnen het beste gebruikt worden om religie mulitidimensioneel te meten in het kader van Routine Outcome Monitoring binnen een christelijke ggz-instelling, zowel vanuit het perspectief van samenhang met klachten en behandelbeloop, als ook vanuit het perspectief van ervaringen van cliënten en behandelaars? Doel van dit project is het ontwikkelen van een standaard-set aan religieuze items die bij iedere ROM-meting afgenomen worden, waarbij religie langs meerdere dimensies geoperationaliseerd wordt en het aantal items beperkt blijft tot ongeveer 20.
  • W.P. Peters & M. Beimers: ROM en kerk. in hoeverre is er een relatie tussen kerkelijke achtergrond en type klachten, beloop van de klachten (delta-t-score), complexiteit van de klachten en wijze waarop gescoord wordt op de Routine Outcome Monitoring.
  • M. Beimers & W.P. Peters: Self-report versus klinisch interview: is er sprake van onderrapportage op de OQ-45 die verklaard wordt door kerkelijke achtergrond dan wel religieuze cultuur?
  • H. Stulp: Onderzoek naar Godsbeelden in therapie.
  • A. Verhoeff: Wat is het effect van een (e-health)interventie m.b.t. religieuze coping op het welbevinden en de veerkracht van patiënten met een depressieve stoornis of angststoornis?